groep 1
Marry van Bruggen, Eva Prins

Leerstof groep 1

Een dag in groep 1:
•             Kring (Trefwoord)
•             Instructie en digikeuzebord
•             Buiten spelenSpelen en werken/zelfstandig werken
•             Eten & drinken
•             Voorlezen/Kleuterplein
•             Spelen en werken/zelfstandig werken
•             PBS / school tv/muziek
•             5 minutenspelletje taal of rekenen
•             Middagpauze
•             Taal-/rekenactiviteit (Kleuterplein)
•             Spelen en werken/zelfstandig werken
•             Buiten spelen

Kleuterplein
In de groepen 1 en 2 werken wij met het lespakket van Kleuterplein. Naast de standaard thema’s zoals bijvoorbeeld Sinterklaas, Kerst en Pasen bieden wij per schooljaar 5 thema’s van Kleuterplein aan. We werken dan 3 à 4 weken aan dit thema.
Met Kleuterplein ontdekken kleuters de wereld om hen heen en komen de volgende ontwikkelingsgebieden spelenderwijs aan bod:

• Taal, voorbereidend lezen en woordenschat
• Rekenen
• Wereldoriëntatie
• Motoriek (beweging en fijne motoriek)
• Sociaal-emotionele ontwikkeling
• Voorbereidend schrijven
• Muziek

Kleuterplein gaat er vanuit dat spelen erg belangrijk is en dat de ontwikkeling van kleuters in sprongen verloopt. Iedere kleuter kan op zijn eigen niveau werken.   

Leerstof Kleuterplein groep 1:

Rekenen:
- Synchroon tellen 0 t/m 12 (en ook terug).
- Cijferherkenning  0 t/m 12.
- Getalbegrip t/m 12 (hoogste/laagste getal, de telrij en plek in de telrij, aanvullen welk getal er ‘weg’ is,                   rangtelwoorden).
- Rekenbegrippen (eerste/laatste, meeste/minste, veel/weinig, erbij/eraf).
- Herkennen van vormen (cirkel, driehoek, vierkant, rechthoek).
- Wegen, meten, vergelijken, schatten….
Taal/Voorbereidend lezen
- Vertellen in de kring en spreekvaardigheid. We letten op de uitspraak.
- Verhalen onthouden en navertellen.
- Kritisch luisteren
- Woordenschat ontwikkeling
- Letterkennis (doel: 7 letters eind groep 1).
- Rijmen.
Motoriek grof/fijn
- Motoriek fijn (hanteren potlood, schaar, vouwen, kralenplanken, klei, gebruik van de computermuis, knopen/ritsen).
- Motoriek grof bewegingsonderwijs: (diep) springen, rollen, klimmen/klauteren, glijden, evenwicht en balans, spelvormen en tikspelen, rollen, gooien, vangen, mikken en stuiteren met een bal).
Muziek, dans en drama:
- zingen, spelen, bewegen,
- inzet, vaardigheid, zelfvertrouwen,
- samenwerken
- improvisatie
 
We begeleiden de kinderen in hun Sociaal- emotionele ontwikkeling en besteden aandacht aan de
werkhouding.
Dit alles binnen onze veilige leeromgeving en goed (positief) pedagogisch klimaat.
   
Trefwoord:
Trefwoord werkt aan de hand van pedagogisch verantwoorde thema’s, die hun oorsprong vinden in een serie samenhangende Bijbelverhalen. Ze zijn voor ieder kind herkenbaar in zijn eigen werkelijkheid. De thema’s worden van verschillende kanten belicht, zodat allerlei ervaringen uit de wereld van kinderen een plek kunnen krijgen. Daardoor ontstaat er volop ruimte voor het oproepen van vragen en dilemma’s, reflecteren op het eigen handelen en het ontwikkelen van het kritisch vermogen. De ervaringen van kinderen krijgen betekenis.
Iedere drie weken begint er een nieuw thema. De kinderen luisteren naar verschillende verhalen: bijbelverhalen, ervaringsverhalen, sprookjes en fabels. Daarnaast worden er ook weekelijks liedjes en gedichten aangeboden. En daarbij worden gevarieerde, ook coöperatieve, werkvormen gebruikt (kringactiviteiten, interviews, zoekopdrachten, enzovoort).

Digikeuzebord
Het Digikeuzebord is een digitaal alternatief voor het traditionele magnetische keuzebord. De leerlingen voeren zelf hun keuzes in via een online programma dat werkt op elke willekeurige computer. De leerkracht beschikt daardoor over uitgebreide statistieken die aangeven wie met wie heeft gespeeld, welke activiteiten het meest favoriet zijn en wat elk individueel kind heeft gekozen.
De leerkracht zet van te voren de activiteiten per week in het digikeuzebord. Er wordt rekening gehouden met de thema’s van het jaar.
Wij hebben afspraken gemaakt met de leerkrachten over hoeveel verplichte activiteiten gemaakt worden. Bijvoorbeeld groep 1: 1 activiteit en groep 2: 2 activiteiten per week. Verplicht werk wordt aangegeven met een afgesproken kleur. Bijvoorbeeld  groep 1 rood en groep 2 paars.
In de matrix kan o.a. gekeken worden of iedereen zijn/haar verplicht werk afheeft aan het einde van de week.
 
<< Terug>>